Zondag 12 februari, een wintertochtje door de wateren van de stad Utrecht. De lucht is loodgrijs en af en toe dwarrelt er natte sneeuw naar beneden bij een temperatuur van twee graden boven nul. Een dag eerder voelde ik me nog grieperig met een zeurende spieren in mijn onderrug. Had ik niet beter thuis kunnen blijven?
Een aantal foto's bij dit verhaal zijn van Gisella Botma en Otto Coops
Bij de steiger bij revalidatiecentrum de Hooghstraat leggen we de kano’s in het water. Vier figuren, Eefje, Otto, Gisella en Ad, onherkenbaar uitgedost voor een expeditie naar barre streken. Reflectiestrepen lichten op in het flitslicht van een camera.
We varen over de Zilveren Schaats langs de achtertuinen en aanlegsteigers van de herenhuizen. Vanaf het begin is het een echte stadstocht. Een smalle vaart voert ons langs de rand van een begraafplaats. Aan de andere kant de geluidswal langs de Waterlinieweg. Een mengeling van rustiek en stedelijk. Halverwege dit stuk kun je naar rechts onder de weg door naar het park Bloeyendaal en verder, maar dat hebben we niet gedaan.
Vlak voor de Berenkuil varen we onder de Bilstraat door en komen we in de Blitse Grift. Het stukje langs het voormalige Veeartsenij terrein biedt een afwisseling van gerestaureerde panden en nieuwgebouwde appartementen, fraai gelegen langs intieme oevers met open veldjes aan het water. De andere oever is weer voor de tuinen en aanlegsteigers van herenhuizen. Verderop liggen overal klein formaat bootjes langs de oever.Even verder varen we al door de rand van het Griftpark. De oever bestaat hier uit een baksteenwand en is vrij hoog zodat je niet makkelijk bij het restaurant kan uitstappen. Een kanosteiger zou hier niet misstaan. Via de achterkant van het Hooghiemstra-complex,
een voormalige fabriek omgebouwd tot bedrijfsverzamelgebouw, komen we in de stadsbuitengracht. De gevangenis van het Wolvenplein ligt als een stenen schildpad aan de bocht in de Singel.
Nog markanter is de stadsschouwburg die even verderop licht, recht en strak uit het water oprijst. Het zijn beelden die ik al zo vaak gezien heb, meestal voorbij fietsend. Maar vanaf het water maakt het toch een heel andere indruk. Weidser, monumentaler en het lijkt wel alsof het er speciaal voor jou is neergezet. Tegelijkertijd gewoon en verassend (maar dit effect is niet te fotograferen vanaf korte afstand op het water).
Als we die opvaren wordt het decor veel meer besloten. We glijden tussen de lege en natte werven door. De kades zijn groen bemost en vrij hoog. We kijken uit naar een plekje om aan te leggen, maar echt makkelijk is dat niet. Als we de gracht driekwart afgevaren hebben vinden we een kleine en vrij hoge steiger aan de voet van een trap naar straatniveau.
Beter kunnen we het niet krijgen en we wurmen ons uit de kano’s die we even verder op de werf trekken. In de zomer ongetwijfeld een idylische picknickplek, maar nu toch vooral een smalle strook donkere en natte bakstenen tussen kademuren waaruit alle kleur lijkt weggetrokken. Natte sneeuw waait in ons gezicht als we de thermosflessen met soep, koffie en thee te voorschijn halen.
Onder het Pausdam door komen we in de Kromme Nieuwe Gracht en die biedt toch wel de grootste verassing van de tocht. Hier geen werfkades meer, maar een smalle gracht met hoge muren. Ramen en deuren liggen recht aan het water. We varen door een decor van bijna Italiaans aandoende bogen (gevormd door de bruggen die van de straat naar de voordeuren leidt). Van bocht naar bocht verschuift het perspectief. Als we via de smalle Plompetorengracht de Weerdsingel opvaren is de ruimte bijna overweldigend.De Oude Gracht lijkt vanaf het water veel breder dan hoe je het ziet vanaf de straat of vanaf de werf. Niet zo intiem als de Nieuwe Gracht, maar heel ruimtelijk met hoog oprijzende gevelwanden. Het beeld van winkels en commercie op straatniveau valt voor een deel weg uit het blikveld. Je oog wordt bijna automatisch naar de statige bovenkant van de gevels getrokken.
Het weidse perspectief schuift langzaam langs ons heen en het carillon van de Dom rolt tinkelend als een handvol keitjes over de stad. Geen terrassen met dit weer. Wel een rondvaartboot die ons passeert net voor de Stadhuisbrug. Ruimte genoeg. Details genoeg voor wie er oog voor heeft: kelders als woningen of werkplaatsen, waterspugers en gevelstenen, vreemde opschriften en uitstallingen op de werven. Vooral op het zuidelijk deel van de Oude Gracht heeft nog veel van haar authentieke karakter bewaard.We naderen het eindpunt en de aandacht voor architectuur wordt verdrongen door het visioen van een warme auto. Nog even doorzetten. In de verte horen we een aanzwellend geloei van het voetballegioen in het stadion Galgenwaard. Onder de laatste brug bij de Prins Hendriklaan loopt een waterbuis die de doorgang erg laag maakt, maar voor ons leverde dat geen probleem op. Zo kunnen we doorvaren tot aan het stuwtje bij de Hoogstraat. Ook aan deze kant ligt een redelijk toegankelijke steiger. Het is net vier uur geweest, met een pauze van een half uur hebben we ongeveer twee en een half uur gevaren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten