Volg per e-mail via Google FeedBurner

zaterdag, februari 10, 2007

Met de Pocahontas op de Kromme Rijn

Kanotocht Kromme Rijn 28 januari 2007

Over de Kromme Rijn met harde tegenwind, grijze luchten en het laatste stuk druilregen. In een canadees is het extra hard werken. Waarom is dat leuk?

Voor de Kromme Rijntocht op 28 januari hadden zich vijf mensen opgegeven: ‘the usual suspects’ zoals toerleider Eefje het omschreef. De avond tevoren belde André me. Of ik zin in had om met hem in zijn canadees te varen. Ik vond het een prima idee; weer eens wat anders.

Met vijf mensen, vier boten en drie auto’s reden we eerst naar het eindpunt: theehuis Rhijnauwen. Daar lieten we één auto achter. Ons startpunt lag 15 vaarkilometers verder bij de Meander tussen Werkhoven en Cothen.

Een blik op het water maakte meteen duidelijk dat we een harde wind tegen en een flinke stroming mee zouden hebben. Zouden we met de canadees het tempo van de andere drie niet teveel drukken?

Zoals de gesloten kano is afgeleid van de kajaks van de eskimo’s, zo gaat de open kano terug op een lange traditie van indianen, jagers, trappers en ander volk dat de rivieren en meren van noord Amerika en Canada bevoer.

Een open kano is leuk om in te varen. Het voelt heel anders dan een kajak. Oogt misschien wat sloom, maar het vraagt meer techniek dan je zou denken. In een duo om goed samen te werken en in je eentje is het een hele klus om het ding op koers te houden.

Het is inderdaad hard werken in de Pocahontas. Door de harde wind schuin van voren worden we telkens uit de koers gezet. André stuurt meestal naar hoger wal, maar de eerste kilometers is de kant te laag om enige beschutting te bieden.

Ik peddel voorin. Dan kun je beter foto’s nemen, had André nog gezegd. Daar komt dus voorlopig niets van. Toch maken we goede voortgang. André roept dat we volgens zijn GPS bijna 7 km per uur afleggen. De stroom helpt flink mee.

In ruim een half uur zijn we bij de stuwsluis van Beverweerd, waar we moeten overdragen. De sluis staat open en het water gaat er als een stroomversnelling doorheen. Een bijzonder gezicht in dit verder zo vlakke rivierenland. Het is een perfecte plek om te pauzeren. Rustiek, een bank en een beetje uit de wind.

Kort na de sluis passeren we kasteel Beverweerd, waar een internaat in gevestigd is. Niet verkeerd om hier op school te zitten, denk ik, maar de smakeloze nep-moderne bijgebouwen, verstoren het Harry Potter gevoel.

Bij het kasteel ligt wel de mooiste brug van het Kromme Rijngebied met sierlijke smeedijzeren witte bogen en.ballustrades.

Verderop wordt de Kromme Rijn wat meer begroeid. We zien mooie coulissen van rijen kale bomen, stukjes broekbos of griend langs de oever en zelfs een langgerekt begroeid eiland waar de rivier aan twee kanten omheen stroomt.

Odijk en Bunnik bieden het betere Schöner Wohnen langs de rivier. Af en toe pak ik mijn camera, maar op het moment dat ik mijn peddel neerleg raken we directe koers en snelheid kwijt.

André heeft zijn boot “Pocahontas” genoemd. Het is de naam van de legendarische dochter van het opperhoofd van een indianenstam in West Virginia, waar zich rond 1600 de eerste groep van blanke kolonisten vestigden. De kolonisten dreigden ten onder te gaan door ziekten, misoogsten en gevechten met vijandige indianenstammen. Totdat Pocahontas gefascineerd raakte door de blanken en – naar het verhaal gaat – met een van hen trouwde. Door deze verbintenis kregen de kolonisten hulp van haar stam waardoor zij konden overleven. Pocahontas leeft voort als geromantiseerd symbool voor de brug tussen blanken en indianen. In 1995 geleden werd zij nog eens wereldberoemd door een gelijknamige tekenfilm.

In Bunnik varen we onder een brug door. Vanaf de brug roept een meisje met schelle stem: “Kijk mamma, Pocahontas!”

Het begint druilerig te regenen, maar we naderen Rhijnauwen. Als we aanleggen bij het theehuis hebben we (na aftrek van de pauze) iets meer dan twee uur gevaren.

Stijf van het knielen in de boot klauter ik op de kant en stroop mijn regenbroek af. Zoals altijd op zondagmiddag is het bomvol maar gezellig in het theehuis. We kijken elkaar eens aan: dit was écht leuk en die koffie en appeltaart hebben we dubbel en dwars verdiend.

Geen opmerkingen: